Innsbrucker klettersteig
13 augustus 2009,
We zijn vroeg opgestaan, want we hebben nog een flink stuk te
rijden voordat we bij het beginpunt kunnen zijn. Vroeg betekent bij ons
nooit echt vroeg, want dat lukt ons gewoonweg niet zo goed.
Daarnaast hebben we ook last van de beperking van het slapen op een
camping en de daar geldende huisregels. De slagbomen vanaf de camping
gaan pas om 8.00u open en als je dan vergeet dat je de auto buiten op
de parkeerplaats moet neerzetten dan ben je daar mooi aan gebonden. We
vertrokken na tien minuten gewacht te hebben voor de slagbomen op
camping Dr. Lauth in Ehrwald.
De rit over de binnenwegen en later de snelweg naar Innsbruck verliep
zonder problemen. Bij het naderen van Innsbruck probeerden we via een
hoger liggend dorp, Hungerburg, de lift te bereiken, maar dat ging heel
moeizaam. De richtingbordjes wezen verkeerd of verdwenen ineens
uit zicht, telkens reden we een doodlopende weg in. Lastig en
sighteeing Innsbruck is, als je nog even niet in geinteresseerd bent,
niet echt boeiend. Ten slotte besloten we maar vanuit het centrum via
een parkeergarage de tandradbaan omhoog te nemen. Gratis parkeren dan,
als je de lift omhoog neemt, dat wel!
Via de tandradbaan en twee gondelliften waren we op het hoogstmogelijke
punt gekomen, Hafelekar op 2256m. Startpunt van de via ferrata lag
daar een minuut of vijf lopen achter.
Het was al bijna 11.00u toen wij begonnen te klimmen. Dat was meteen
een serieuze inspanning. Een loodrechte wand omhoog over een stuk van
50m, helemaal voorzien van klampen die redelijk dicht op elkaar zaten,
het kostte kracht en was vermoeiend, maar was niet moeilijk. Daarna
werd het klimmen en klauteren zoals het verwacht was, constant stukken
op en af, heel goed gezekerd met al spoedig grote stukken over de de
kammen van het gebergte. Er was telkens zicht op twee werelden, een
ruige bergwereld met afgronden en verderop gelegen bergketens en een
andere wereld van de grote provinciestad aan de brede kronkelende Inns.
Je waande je in een langzaam zwevend vliegtuig waar weinig wolken
het zicht nauwelijks konden verstoren. Er volgenden vele toppen en bij
een daarvan rusten we kort. Na een uur of twee en half kwamen we bij
een leuke, vervaarlijk uitziende hangbrug, de Seufzerbrucke.
Daarna ging het opnieuw soms steil op en af, maar moeilijk wed het
nergens. Bij het hoogste punt, Kemacher op2480m, rustten we een
langere tijd. Niet te lang echter, want we wilden in ieder geval wel de
laatste lift naar beneden halen. Weer en uitzicht bleven
fenomenaal. Het laatste stuk van het eerste deel van de
klettersteig was een afdaling naar een groene vlakte, das Langer
Sattel op 2250m. De pas keek helemaal uit op Innsbruck en wijde omgeving.
Via
een grazig zig-zag lopend schapenpad klommen we weer snel omhoog, waar
het tweede deel van de klettersteig begon. We waren drie uur bezig en
er volgden nog anderhalf uur klauterklimmen. Goed gezekerd, niet echt
moeilijk en immer boeiend. Hoogste punt van dit gedeelte was de
Sattelspitze op 2359m. Op het laatste stuk telkens op en af klimmen
begon ik er een beetje genoeg van te krijgen. Niet omdat het
saai of eentonig kloimmen was, maar wel dat het eindeloos leek
door te gaan. Het was gewoon een vermoeiende klim. Het laatste stuk van
de klettersteig leek een kopie van het beginstuk, namelijk een heel
steile afdaling, loodrecht en met enkele korte overhangetjes. Best
spannend, maar door de klampen toch weer goed te doen.

De
afdaling liep geleidelijk door een duidelijk open landschap,
aanvankelijk over geröll, later een over gevarieerde paden. We
moesten ons erg haasten om de laatste lift te halen en de laatste 10
minuten hebben we zelfs gerend. Dat ging niet prettig met bergschoenen
aan. De toegangshekken waren zelfs al gesloten, maar konden op het
nippertje weer geopend worden voor ons. Hijgend en zwetend stapten we
tussen de laatste verbaasd kijkende dagjesmensen de gondel in. Het was
precies 17.30u
Ga naar home II bergsport II