Artikelen volkskrant
Bulderbos,14-12-1999, gepubliceerd op 21-12-1999
Op de voorpagina van de volkskrant van 14 december 1999 roept Netelenbos alle bezitters van het Bulderbos op hun boom af te staan. Mijn eerste reactie was, na lezing van het artikel: “hoe kan een minister toch zo naïef zijn om te denken dat iemand dit zou doen?’ Alsof ik, bezitter van 5 m² Bulderbos, voor niets op een mooie herfstdag in 1994 op de fiets van Amsterdam- centrum naar Vijfhuizen gereden zou zijn om een paar boompjes te planten. Alsof de redenen daarvoor ineens niet meer zouden bestaan. Alsof er zoveel bereikt is op het gebied van beperkingen van het vliegverkeer rond schiphol. Alsof de milieubeweging een moment werkelijk serieus genomen is. Alsof haar PvdA ook maar een beetje lef had getoond om overlast van het vliegverkeer te beperken. Niets van dit alles. Groeien en gedogen. Al bijna wilde ik de minister nomineren als naïeveling van de eeuw. Tot bij mij de gedachte opkwam, dat het veel ernstiger gesteld is met de oproep. Het is geen naïviteit van de minister. Het is de arrogantie van een minister die opnieuw de milieubeweging niet serieus neemt en denkt dat het maar een spelletje is. Dat het spel over zou zijn. Helaas, het is allemaal bloedserieus en voor mij de laatste mogelijkheid om ongewenste plannen tegen te houden en te vertragen. Overigens mevrouw Netelenbos, mijn boompjes zou ik best wel willen rooien en in mijn achtertuintje kunnen zetten, maar voor dat lappie grond gaat u maar fijn procederen!
Wapenarsenaal,12-09-2001, Gepubliceerd op 15-09-2001
De ramp is zo onvoorstelbaar dat het de spreekwoordelijke waarheid achterhaald heeft. Gaan de Amerikanen nu ook nadenken over hun eigen terroristische wapenarsenaal? Ik heb het over hun kernwapens, de mogelijkheden die ze hebben om een ramp te veroorzaken die wel duizend keer zo ernstig is en zoveel meer onschuldige slachtoffers zou kunnen opleveren.
Gaat het eigen geweten nu iets beter werken en besluiten dat dit nooit zou mogen gebeuren? Of heeft men boter op het hoofd en gaat men gewoon verder met nog gruwelijker wapens ontwikkelen? Ik vrees het laatste, maar doe wel een beroep op het gezonde verstand!
Sprookje, 05-02-02, gepubliceerd op 09-02-2002
Sinds zaterdag weet ik het zeker: oranje is het hedendaagse opium voor het Nederlandse volk. Bedwelmd door de wondermooie Maxima en de behoefte aan een levend sprookje, perfect in beeld gebracht door de NPS tot de beste real-life soap ooit op onze buis vertoond, geraakten de laatste twijfelaars in zwijm. De keiharde waarheid kwam pas maandag weer aan het licht. Op kantoor of voor de klas, alles was gewoon bij hetzelfde gebleven. Een collega uit het onderwijs verbaasde zich erover dat de kinderen weer net zo lastig waren als hij gewend was en niet dat gelukkige gevoel dat hij ervan overgehouden had, hadden meegebracht naar school. Jammer hoor.
Er waren nog enkele wakkeren overgebleven zaterdag 2-2-2 die de moed hadden naar het witte plein te komen, pakweg 1500 personen, die het sprookje niet zo op prijs stelden. Met herrie van deksels en pannen die de oranje wolk een beetje duidelijk wilde maken dat er nog dissidenten zijn overgebleven. Nuchtere mensen die niet in de waan van de prinselijke dag geloofden en een andere wereld voor ogen hebben, zonder geldverslindende sprookjeshelden. Mijn oren lijken nog steeds verstopt te zitten door die herrie, maar het geeft mij in ieder geval geen katerig gevoel na een dromerige roes. Voor mij toch maar liever een dwaze moeder dan een domme prins.
Het kabinet Balkenende wil zich hard maken voor normen en waarden. Dat vind ik een fantastisch idee en laat het dan direct beginnen met de hand in eigen boezem te steken. Een paar kleine tips, om te beginnen met minister Nawijn. Het is wel heel onfatsoenlijk om aparte bevolkingsgroepen het Nederlanderschap te willen ontnemen na ernstig crimineel gedrag (Marokkanen). Beloof dat nooit meer te doen!
Het ministerie van justitie heeft wel wat goed te maken op humanitair gebied. Dag- en nacht camerabewaking op een gevangene druist in tegen menselijke waarden en er wordt ronduit misbruik van de situatie gemaakt als bij die gelegenheid, omdat de gangbare wet het niet toelaat deze direct aangepast wordt door de minister. Mijn voorstel: maak een loyaal gebaar naar de menselijke waarde van van der G. en haal die camera’s weg. Het bespaart je tevens de blamage van een hongerdood of dwangvoeding, want waar zal het gezichtsverlies groter bij zijn? Ik zou het wel weten.
Dit mag je aan
niemand vertellen, 27-01-2003. Geschreven voor de rubriek "Pech onderweg"
“Dit mag je aan niemand vertellen”, zei hij toen hij weer terug was in de auto en de motor langzaam weer aan de praat gekregen was. Dan zal ik het alleen maar opschrijven en zijn initiaal gebruiken.
Bijna jaarlijks gaan F. en ik ruim een week in de zomervakantie samen op stap het hooggebergte in zonder vrouw en kinderen, want dan kunnen we ons goed uitleven. Dat jaar waren we op de terugweg van onder andere de hoogste top van de Pyreneeën en enkele via ferrata in Andorra en Frankrijk. Het was de laatste dag van de vakantie en we waren onderweg naar huis.
Het ontbijt in de tent was niet echt om warm voor te lopen. De regen druppelde gestaag op het tentdoek en we hoopten dat het nog op zou klaren, want dan kon de tent later droog opgerold worden. Het hield inderdaad op met regenen en onder het genot van een kop koffie bij een café in de buurt zou het laatste vocht van de tentdoeken verdwijnen. Helaas viel er bij de eerste slok een enorme watermassa met pijpenstelen naar beneden. Toen zijn we maar met een natopgerolde tent uit Vatan, op ongeveer 400 km van Parijs, vertrokken.
Niet getreurd, want het was voor een vrijdag relatief rustig op de payage en in vliegende vaart snelden wij huiswaarts. “ De afstanden tussen de tankstations zijn wel groot hier”, zei F., “het duurt nog wel 50 km voor we de bij volgende zijn”. Het lampje was rood op gaan lichten, “maar gelukkig kan je er dan nog wel 50 km mee verder komen” stelde hij mij gerust. We begonnen hem te knijpen, toen F. bedacht dat als je zo hard rijdt, 140 in het uur, je meer benzine verbruikt dan als je Hollands langzaam rijdt. Hij nam voor de zekerheid wat gas terug, maar 10 km voor het benzinestation sloeg de motor ineens af. “shit, toch geen benzine meer”. Zo ver mogelijk uitgereden en nog drie km op de snelweg voortgesukkeld. In de vluchtstrook even gewacht, motor weer gestart, toch weer drie km verder kunnen rijden en tenslotte op een vluchtuitham opnieuw tot stilstand gekomen. Pal voor het bord “Aire de Limours Briis s/s Forges 2000 m. F. ging op stap met een gieter en een lege rivella- petfles naar de benzinepomp. Ik kijk nu naar de “verboden” foto, waarop hij met rood aangelopen hoofd terugkeert van deze betreurenswaardige missie, de woorden van de openingszin uitsprekend.
Alpe d’Huez, 15-05-2003. Geschreven voor de rubriek "sport en vakantie"
Het zag er na de regen van vanochtend redelijk uit. We gingen het nog eens proberen – een via ferrata beklimmen, dit maal bij l’Alpe d’Huez – de rit per auto erheen was het leukste. Vlak na het dorp Bourg d’Oissans was een afslag naar Alpe d’Huez en bergop waren er 22 haarspeldbochten. Elke bocht was genummerd met daaronder een bordje van de winnaar van de alpenetappe van de Tour de de France van dat jaar. Bij 1981 en 1983 Peter Winnen bijvoorbeeld. Andere namen Steven Rooks, Bernard Hinault, Luis Herrera. Echt heel leuk om per haarspeld toe te zien naar een volgende soms legendarische naam. Andrew Hampsten, Gianni Bugno, zo werd de beklimming met de auto een echte belevenis. Het dorp op de top was dat helemaal niet. Saaie huizenblokken van een typisch, modern Frans skidorp. Toen nog de via Ferrata, want daar deden we het allemaal voor. Bij het begin van de klim waren twee mogelijkheden: een moeilijke (sportif) en een eenvoudige (familiade). We kozen voor de eenvoudige, omdat de andere een “passage très atlethique” had. Toen we de eerste stappen aan de staalkabel gezet hadden, wist ik dat het een verstandige keus geweest was: de grond was glad van de nattigheid en bleef onder de schoenen kleven. Toch ging het verder niet slecht. Het traject was inderdaad niet moeilijk, hoewel hij schuin langs en steile, loodrechte wand liep. Na ruim twintig minuten kruisten de gemakkelijke en moeilijke varianten elkaar. Daarnaast hing een bordje met échappatoire (nooduitgang). Het weer zag er zo dreigend uit, dat we besloten voor het laatste te kiezen. Een staalkabel leidde de weg over glibberig gras en struikgewas steil naar beneden. Daarna hebben we fors de pas erin gezet om bij de auto te komen. Het tempo waarin we het laatste pad heel steil omhoog liepen, leek heel even op onze jonge jaren in de Dolomieten. Daarna ging het weer snel regenen en dat ging hele avond zo door.
In onze straat gebeurt nooit zoveel. Het is een rustige straat in de Amsterdamse Rivierenbuurt vlak bij de RAI, geen hoogbouw, drie verdiepingen in de stijl van de Amsterdamse School. Als er een grote tentoonstelling is worden de meeste toegangswegen tijdelijk met hekken afgezet en merk je er niets van. Schuin tegenover onze woning is een luxe bordeel waar je ook niets van merkt, behalve dan die ene keer toen op zondagochtend het kruisinkje met rood-wit veiligheidslint gemarkeerd werd en de politie speurde naar kogelsporen van een schietpartij. Toen hoorde ik voor het eerst dat de beruchte crimineel C. van H. de eigenaar van die tent was.
Afschaffen, gepubliceerd 18-10-2003
Marathon, gepubliceerd in de rubriek Woon Werk, 02-12-2004
Elke vrijdag volgde ik de trage veranderingen aan de buurt op de voet.
Haaks op de vijf flats stonden mini - flatjes, woningen voor ouderen van twee verdiepingen. Ouden van dagen - woningen noemden wij die flatjes. Ze waren als eerste gesloopt en toen alle puin ervan opgeruimd was, viel het mij op hoe klein het oppervlak was waarop de huisjes gestaan hadden. Misschien niet meer dan 10 bij 25 meter.
Op een najaarsdag eind zestiger jaren werd zo’n bejaardenblok gebruikt om een marathon
te lopen. Waarschijnlijk had ik de lagere school enkele jaren achter mij liggen
op de dag dat een buurjongen, Ronny, een poging deed
de afstand van 42 kilometer in talloze rondjes om het huizenblok af te leggen.
Hij werd in die poging bijgestaan door een andere buurjongen, Gerard, volle
neef van de veel later beroemd geworden Dennis die nu
zijn laatste voetbaljaren bij Arsenal
schittert.Gerard turfde op een aantekenblok elk rondje en voorzag zwetende Ronny van bananen en water. Ik kwam in de middag uit school
en miste hen bij het huizenblok waar ze bezig zouden zijn geweest. Later merkte
ik dat ze een blok verder aan de gang waren. Enkele ouderen waren gek geworden
van die jongen die maar constant voor hun gewoonlijk
stille woning langs sjokte. Hij moest weg, want ze konden het niet langer
aanzien en daarom was hij weggestuurd. Bij het naastgelegen huizenblok was de
eenzame strijd voortgezet.
Zich verwonderen over zo’n dwaze onderneming konden de oudjes blijkbaar niet. Ik
weet niet meer of Ronny de hele marathon uitgelopen
heeft die dag. Als de omtrek per blok een beetje ruim genomen 70 meter per
ronde was, dan zou hij 42000: 70 = 600 rondjes gelopen moeten hebben. Daar zou
ik ook niet met een gerust hart naar hebben kunnen kijken op mijn 65- plus
leeftijd.
De dood van de tasjesdief Ali el B. vind ik in alle nuchterheid toch het meest weg hebben van een noodlottig bedrijfsongeval. Als tasjesdief loop je allerlei risico’s, variërend van opgepakt te worden door de politie tot een flink pak voor je donder krijgen van een zich verwerend slachtoffer. Bij andere riskante beroepen en hobby’s gaat het ook wel eens goed mis: de bergbeklimmer stort naar beneden, de wielrenner vliegt uit de bocht en laat het leven en een wegwerker wordt op de snelweg door een te hard rijdende automobilist overreden. Allemaal triest en tragisch. Bij Ali el B. zit er wel een heel akelig luchtje aan het sterfgeval, maar dat wordt verder door vrouwe justitia afgehandeld. Precies zoals dat hoort in een rechtstaat.
Dat dubieuze types als kamerlid Wilders
daar weer tendentieuze uitspraken over menen te moeten doen is des te
schrijnender.
* Mensen die werken in de kinderopvang en daarvoor een opleiding voor gevolgd hebben. Zij zouden nu denken dat werken met kinderen door iedereen gedaan zou kunnen worden en de opleiding niets meer waard is
* De inspectie voor kinderopvang die toeziet op kwaliteitseisen in deze sector. Frusterend voor hen om dat niet meer serieus te hoeven nemen ten aanzien van de werkenden. Bijstandmoeders worden verplicht als arbeitseinsezt en zijn hier kennelijk goed genoeg voor.
* De bijstandsmoeder zelf. Zij zitten niet voor hun lol in de bijstand en hebben het al moeilijk genoeg met de opvoeding van hun eigen kind. Zij krijgen ongevraagd de opdracht de verantwoordelijkheid voor een groep onbekende kinderen op zich te nemen.
* De ouders die hun kinderen in de eindelijk lang genoeg durende opvang veilig dachten te kunnen plaatsen. Welke ouders vertrouwen hun kind aan een willekeurig verplicht geplaatste bijstandmoeder toe.
* De kinderen zelf. Zij lopen het risico pedagogisch verkeerd bejegend te worden door iemand die daar niet voor opgeleid is.
Bijstandsmoeder kunnen natuurlijk fantastische moeders zijn. Werken met kinderen is echter vakwerk, waaraan nu nog terecht kwaliteitseisen gesteld worden.
Elke dag doe ik hetzelfde als duizenden andere Amsterdammers: ik fiets naar mijn werk. Mijn fiets is er een die ik nog met moeite door het einde van het schooljaar sleep. Hij is oud en bijna versleten en de aanschaf van een nieuwe heb ik gepland voor het einde van de zomervakantie. Met vandaag nog anderhalve week voor de boeg ging het mis.
Ik was onderweg van de Rivierenbuurt naar Slotervaart en reed op het fietspad van het IJsbaanpad, tussen de sportvelden achter het Olympisch Stadion. Mijn rammelende ketting viel eraf en ik kon trappen wat ik wilde, maar ik kwam niets meer vooruit. Daarom ging ik te voet en steppend op een trapper verder, denkend aan wat ik het beste kon doen.
De ketting er zelf om leggen leek mij geen optie. Aan vieze vingers heb ik hekel en de tijd die ik nodig zou hebben om dit euvel te verhelpen zou vast meer zijn dan de lopende omweg naar een fietsenmaker. Daarnaast heb ik wel verstand van fietsen en fietswegen, maar niet van het zelf repareren van een tweewieler.
Ik passeerde de sluis die het Nieuwe meer en de Kostverloren Vaart bij het Jaagpad met elkaar verbindt en spoedde mij in de richting van een mogelijke fietsenmaker. Ik had geen idee waar er een zou zitten, maar bedacht mij dat de kans daarop het grootste zou zijn in het laatste stukje Oud- Zuid voor de naoorlogse bouw van Slotervaart. Ik liep met de fiets daarom naar de Aalsmeerweg, een drukkere verbindingsweg tussen het Amsterdam van de jaren dertig en einde jaren vijftig. De stijl van de Amsterdamse School was te herkennen aan schuine daken met oranjerode dakpannen en bakstenen puien in uiteenlopende variaties. Zo’n straat waarvan ik hoopte dat er én middenstand in huisde én die mede gericht zou zijn op mensen die opgegroeid zijn met fietsen. In Nieuw- West kan je daar wel naar fluiten. Daar wonen de nieuwe Nederlanders die zich als bussende Amerikanen gedragen en fietsen te stom, te koud, te eng of te vermoeiend vinden.
Op de hoek van de eerste zijstraat was het al prijs: een rijwielhandelaar met werkplaats. Bij de voordeur kon ik met fiets de winkel inlopen en werd ik begroet door de vakman zelf, bezig met sleutelwerk. Een kalende veertiger met een klassieke stofjas tot over zijn knieën aan, een open gezicht. “kan ik u ergens mee helpen, meneer? Ketting eraf, geen probleem, over een uur heb ik het voor mekaar”.
Naast de rijwielzaak bevond zich een ander gelukje: een sigarenwinkel. Goed voor een strippenkaart, waarmee ik de bus verder kon nemen naar mijn werk. Lijn 15 reed net voorbij door de Aalsmeerweg, toen ik naar de bushalte liep. Het was aangenaam weer en ik besloot het stuk naar mijn werk verder te gaan lopen. Ik wandelde in opperbeste stemming verder, blij met de gevonden fietsenmaker op de juiste plek en de juiste tijd.
Open brief aan
minister Rouvoet, 28-05-2007
Geachte heer Rouvoet, minister, excellentie,
Deze brief schrijf ik u omdat ik grote zorgen heb omtrent hulpverlening aan jongeren. Ik doe dit aan de hand van de beschrijving van een schrijnend geval dat ik deze week moest meemaken. Het was niet de eerste keer dat een soortgelijk geval mij ter ore kwam, maar nu vond ik dat het tijd was om ruchtbaarheid te geven aan mijn verontwaardiging en zorgen.
Ik werk als hulpverlener verbonden aan een VMBO-school in Amsterdam- nieuw west, in het stadsdeel Slotervaart. Inderdaad, dat is die bekende naoorlogse wijk waar zoveel achterstandsgezinnen in verkrotte huizen wonen.Op school voer ik begeleidende gesprekken met leerlingen met als voornaamste doel ze binnen de school te houden en hulp te bieden om met hun problemen om te kunnen gaan.
Mijn schrijnende geval is een 15-jarige in Nederland geboren jongen die ik vanaf het begin van het schooljaar getracht heb binnen boord van school te houden. Alleen dat lukte mij niet echt. De jongen vertoonde steeds ongrijpbaarder gedrag, begon te spijbelen en miste de mogelijkheid om een gesprek daarover te hebben. Hij liet mij aanpraten, hoorde als het ware mij slechts aan en reageerde niet. Ik confronteerde hem met de verantwoordelijkheid die hij daarmee ontliep en dat hij deed alsof het hem allemaal niets kon schelen. Hoe meer ik hem daarop wees hoe meer hij geïrriteerd raakte, maar echt reageren, ingaan op wat ik van hem verwachtte deed hij niet. Leerkrachten op school hadden een vergelijkbare ervaring. Ook zij konden hem in woorden niet bereiken. Zijn toetsen waren zeer slecht gemaakt en hij dreigde te doubleren
De jongen bleek al een tijd begeleid te worden door R & B (resocialisatie en begeleiding), een instantie die regelmatig succes boekt met hulp aan “harde kern” jongeren die dreigen te ontsporen. Na een akkefietje op straat was de jongen in aanraking gekomen met de politie, waarna hij doorverwezen werd naar dit project. Aan het einde van de gebruikelijke begeleidingsperiode konden de begeleiders slechts constateren dat hun hulp weinig effect gesorteerd had bij de jongen. Hij bleef dwars, onaanspreekbaar en ongemotiveerd.
Net als op school was er regelmatig contact met de ouders geweest, waaruit bleek dat de ouders tot hun verdriet machteloos stonden. Ook zij konden niet tot hun kind doordringen en hem een duw in de goede richting geven. R&B raadde de jongen aan zich door een andere, gespecialiseerde hulpverlenende instantie (“Nieuwe Perspectieven”) te laten helpen. Dat weigerde hij echter.
Het ging dus op drie gebieden slecht: de school was een faliekante mislukking aan het worden, het contact met mensen verliep slecht, met zijn ouders kon hij niet overweg en hij wilde zich niet laten helpen. Vroeg of laat dreigde deze jongen volledig te ontsporen, mogelijk in de richting van de criminaliteit.
De begeleiding van R&B besloot een stap te nemen waar ik mij als schoolhulpverlener volledig in kon vinden: men deed een zorgmelding bij Bureau Jeugdzorg. Deze melding kan gezien worden als een soort luiden van de noodklok, waarbij de Raad van Kinderbescherming ingeschakeld wordt om te onderzoeken welke noodzakelijke hulp eventueel met meer dwang dan nu mogelijk was op te leggen. Om onduidelijke redenen werd de zorgmelding niet in behandeling genomen.
Deze week kreeg ik van de mentor van de klas te horen dat de Raad van Kinderbescherming contact had opgenomen met school. Wat al gevreesd werd was inderdaad gebeurd. De jongen was opgepakt en moest in ieder geval 30 dagen in voorarrest blijven. Wat hij gedaan had mocht vanwege de privacy niet gezegd worden, maar dat voorlopige detentie bij een jongen van deze leeftijd voor zo een lange tijd opgelegd was, zei mij al genoeg. Het moest een delict met geweld en/of beroving geweest zijn.
Vervolghulpverlening kon nu wél direct ingeschakeld worden, er zou een persoonlijkheidsonderzoek volgen en de Raad ging een gezinsonderzoek doen. Nu pas. Eerst moeten er delicten gepleegd worden, delicten die je kunt zien aankomen, pas daarna kan het logge apparaat in werking treden. Eerst moeten er slachtoffers vallen.
Bij navraag over de reden van het afwijzen van de hulp na de zorgmelding bleek het volgende in het contactjournaal van Bureau Jeugdzorg te staan: er was nog niet “voldoende vrijwillige hulp” geprobeerd. Dit begrijp ik niet. Er was én al veel vrijwillige hulp geweest én er was dringend advies gegeven andere goede hulp te accepteren, die echter genegeerd was. Dus waarom niet eerder een raadsonderzoek met grotere kans op tijdige hulp? Ik gun een 15-jarige jongen geen criminele carrière en onschuldige mensen geen risico om slachtoffer te worden.
Beste minister van Jeugd- en Gezinszaken, kunt u helpen het kalf te redden voordat het verdrinkt?
Frans Guit, onderwijshulpverlener op een VMBO-school te Amsterdam
Actieverleden uit de
jaren 80, 21-08-2008,
gepubliceerd als Brief
van de Dag op 28-08-2008
Het verbaast mij dat in de discussie over mensen met een actieverleden uit de jaren 80 volgens velen het oude zeer als het ware vanzelfsprekend alsnog opgebiecht zou moeten worden. Dan kan dat verleden namelijk verwerkt worden en kunnen schuldigen alsnog afstand nemen van dat verleden. Dit zou vooral moeten gelden voor mensen met een vooraanstaande functie.
De katholieken hadden dat al veel beter voorzien: biechten doe je privé, in een biechtstoel!
“Jij kunt zo flegmatiek zijn” zei een vriendin toen ik net uit het ziekenhuis was ontslagen met op mijn buik een ritsluiting van krammetjes van borst tot onder mijn navel. Het was het slot van een ziekteperiode van drie manden, een zware chemokuur en operaties. Maar de kanker was uit mijn lijf verdwenen.
Flegmatiek, een lelijk woord dat ik zelf nooit zou gebruiken, dat “onaandoenlijk”zou betekenen. Door flegmatisch te zijn kan je jezelf in ieder geval een hoop kopzorgen besparen. Dit jaar raakte ik op de school waar ik werkte voor de helft van mijn aanstellingstijd boventallig. Toen ik dat te horen kreeg, was het op een ongelukkig en veel te laat tijdstip van het schooljaar, vlak voor de zomervakantie. Ik maakte mij daar niet druk om, want ik had een vaste aanstelling. Dat voorkwam rechtspositioneel een hoop ellende. Ik was toen schoolhulpverlener, maar met een onderwijsbevoegdheid, dus werd ik tijdelijk voor de klas gezet op een type onderwijs - MBO-niveau 2 waar ik nauwelijks bekend mee was. Het werk viel alles mee en eigenlijk vond ik het best leuk. Tegelijkertijd liep ik tegen een vacature aan waar ik na een goed gesprek direct werd aangenomen. Dat was wat ik al tijden wilde, namelijk zorgcoördinator worden. Komt tijd, komt raad, dat is meer mijn devies, ook voor 2009.
De vorstin en de rampzalige dag, 06-05-2009
Maar op een kwade dag ging het heel erg mis tijdens de feestelijkheden. De zon scheen fel en het leek een fantastische feestdag te worden, totdat bijna aan het einde van een rondtour een verdwaalde automobilist als een gek dwars door het publiek reed en op weg naar de Koninklijke bus tegen een monument tot stilstand kwam. “Het was een aanslag”, wist een toegesnelde agent nog net uit de van mond van de stervende wegpiraat op te tekenen.
Het land was in shock. Alle kranten kopten over de aanslag en een landelijk dagblad noemde de razende gek zelfs een zwart fantoom. Er werd gerouwd om de ongelukkige slachtoffers die er helaas te betreuren waren en volop werd er door de pers gesuggereerd dat het feest van de vorstin nooit meer zou kunnen zijn zoals het ooit geweest was. Op zondag tijdens het begin van voetbalwedstrijden hielden de supporters in de stadions een minuut stilte.
Een dag later was de jaarlijks terugkerende dag, waarin de doden uit de laatste oorlog herdacht werden. In heel het rijk waren bijeenkomsten en ondanks de schrik van vier dagen te voren kwam de koningin naar de herdenking in de hoofdstad van het land. Met gepast enthousiasme reageerden de onderdanen met een applaus bij het zien van de aanwezige vorstin. Zij was er zichtbaar door ontdaan.
Weer een dag later was het de dag dat de vrijheid gevierd werd in het land. Een feest van vrijheid, gelijkheid en broederschap en de vreugdekreet van “nooit meer oorlog”.
De koningin verscheen opnieuw in het openbaar, want zij was aanwezig bij het zogenaamde bevrijdingconcert dat elk jaar op een ponton in de grote rivier van de hoofdstad gegeven werd. Net als de dag tevoren applaudisseerden de mensen voor de aanwezigheid van de moedige koningin.
Aan het einde van die dag voelde de vorstin zich niet meer zo geschrokken en verdrietig als op de dag van de vermeende aanslag. Een gedachte kwam in haar op die zij eigenlijk nauwelijks durfde te erkennen: “nee, dit mag ik niet denken, dit hoort niet, maar toch lijkt het er wel op. Hij heeft gelijk, die filosofische voetballer met zijn soms onnavolgbare uitspraken. Elke nadeel heb zijn voordeel. Ondanks alle ellende en verdriet is ons koningshuis er bepaald niet in populariteit op achteruit gegaan”.
Het zeilmeisje Laura is plotseling weer volop in de belangstelling. Zelfs opa en oma laten in de Volkskrant van zich horen. Wat een ophef over een meisje van 14 jaar. Een pubermeisje met puberhersens en dan weten we wel hoe serieus we het moeten nemen. Pubers overschatten zichzelf net zo makkelijk als dat ze zichzelf onderschatten, in ieder geval kunnen ze de hele werkelijkheid niet goed overzien. Dat is een ontwikkelingspsychologisch gegeven.
Pubers hebben grote
wensen en dromen en kunnen heel goed met hun toekomst bezig zijn. Ze willen
profvoetballer worden of een next topmodel of zoals Laura de wereld in haar
eentje rondzeilen. Als wijze volwassenen zeggen we dan dat de realiteit wat
weerbarstiger is en dat we vooral geduld moeten hebben met het verwezenlijken
van onze dromen of het nakomen van de fantasieën. Als we dat niet doen dan
bereiken de kinderen een staat van buitenwerkelijkheid, een soort waan.
Geert Dales reageert op het enquêterapport Noord-Zuidlijn in de Volkskrant van 30 januari. Om zijn ego verder op te vijzelen geeft hij geen greintje ruimte voor enig kritisch geluid omtrent zijn beslissende rol in de aanleg tot de metro. Nee, we moeten juist blij zijn dat er zulke moedige plannen gemaakt worden. Het gaat per slot van rekening niet om zijn eigen portemonnee en met het rapport is hij het gewoon niet eens. Wat dat betreft lijkt hij Balkenende wel.
Het riekt naar verkiezingsretoriek zoals het stuk afgesloten wordt. Ik vraag mij af of hij ooit zelf wel in de tram gezeten heeft vanuit Slotervaart, want wat hij daarover beweert is pertinent onjuist. Stel je zou vanaf het Slotervaartziekenhuis (uithoek Slotervaart) naar het Leidseplein gaan met het openbaar vervoer (Centrum) dan ben je altijd sneller met Lijn 2 (ongeveer 20 minuten over vooral rechte wegen) dan met een toekomstige metro. Want dat betekent eerst 10 minuten lopen of een busritje naar de dichtstbijzijnde metrohalte (Henk Sneevlietweg), overstappen op Station Zuid, Noord-Zuidlijn nemen, uitstappen bij de halte Vijzelstraat en 15 minuten lopen of weer een tram pakken om bij het Leidseplein te komen. Meneer Dales mag mij uitleggen hoe je dat sneller zou moeten doen.
Voor alle duidelijkheid: De Noord-Zuidlijn is niks sneller voor de meeste Amsterdammers die ergens in de stad moeten zijn. Alleen maar voor die mensen die toevallig langs de lijn wonen en in de buurt van de lijn hun bestemming hebben. En voor diegenen die van het ene naar het andere treinstation snel door de stad onder de grond reizen. Naar een kantoor bij de prestigieuze Zuidas. Of de stad uit.
Ga naar home