De wilde keizer
Het Kaisergebergte in Oostenrijk kende ik alleen van het prachtige skigebied waar ik vele krokusvakanties skiënd de wintersport beoefende. Het skigebied heet der Wilder Kaiser en bekende dorpen zijn Elmau en Westendorf. Pas dit jaar ontdekte ik dat daar waar geen skipistes zijn het echte Kaisergebergte is. En dat je daar heel leuk kan wandelen en dat er enkele eenvoudige klettersteigs liggen waar je niet even snel naar toe kan lopen. Het zijn volle dagtochten die in een schitterend berglandschap tot mooie wandelingen kunnen leiden.
We kampeerden op de camping van Söll, het Franzelhof , waar we eerst drie grijze regendagen moesten doorstaan voordat we van het landschap konden genieten. Tussen de buien door was er nog een dagje Tiroler dorpsfeest met bier en heel veel traditionele outfitdragers en jodelmuziek. Louis van Gaal had niet misstaan tussen de dorpelingen.
De mooie dagen kwamen tenslotte toch. De eerste dag vertrokken we laat van de camping naar Kufstein, waar aan de noordrand van het stadje de Kaiserlift omhoog loopt. Het liftje was een belevenis op zich, want in een uiterst traag tempo kruipen zeer ouderwetse éénpersoonsstoeltjes aan een kabel naar boven. In twee etappes kom je op een hoogte van 1270m bij het Brentenjoch. Vanaf het bergstation is het een aangename, gemoedelijke wandeling licht glooiend, eerst omlaag en later weer hoger tot de Kaindlhutte op 1293m. Na een stop bij deze hut werd het menens. Een steil pad liep door een erg vochtig bos over een soms glibberig pad tot net voorbij de boomgrens, waar korte tijd later de “Widauer” Klettersteig begon. In een eenvoudige klim van ruim 400m bereikten we een pas bij de Scheffauer, een top van ruim 2100m. De top lieten we links liggen, want het uitzicht was al mooi genoeg. Het verre dal met een meer aan de Kufsteinzijde en het dorp Scheffau in de diepte met het grote skigebied op de achtergrond aan de andere zijde. We kozen de weg naar Scheffau voor de afdaling, want het halen van de lift naar Kufstein was geen optie meer vanwege het late tijdstip. Het was een pittige, slopende afdaling van ruim 2 en een half uur voor we in het dorp Scheffau waren. Het laatste deel naar het einde van het dorp was langer dan het eerst leek. Vanaf de eerste huisjes duurde het nog zeker een half uur voor we bij de weg waren. En toen moesten we nog terug zien te komen in Kufstein waar de auto stond. Liften dus, duim omhoog en hopen dat er iemand zou stoppen. Het geluk lachte ons toe, want na tien minuten stopte een wagen met drie vrouwen die wij onderweg op de afdaling tegen gekomen waren. Zij reden naar Rosenheim, maar waren zo vriendelijk ons bij de Kaiserlift af te zetten, geweldig. In Kufstein daarna naar een terras gegaan en onder het genot van live Tiroler muziek op een terras gegeten.
De volgende dag weer laat vertrokken van de camping. Rugzakken moesten compleet heringericht worden, want we gingen voor twee dagen en dus met minstens een overnachting op pad. Dat kostte flink wat tijd. Via St. Johann naar Grisau gereden en daar bij een zijweggetje het bos in geslagen en over een tolweg naar de Griesner Alm gehobbeld. Daar op de parkeerplaats de auto achter gelaten en met de zwaardere grote rugzak een uur omhoog gelopen over een erg vochtig, soms glibberig breed pad. Met het hooggelegen Stripsenjoch in zicht een zijpad naar links genomen en vrij spoedig daarna begonnen aan de erg eenvoudige Egger-klettersteig. Een vermoeiende, niet bijzonder gedenkwaardige klim waar een klettersetje eigenlijk overbodig was. Het kostte ons anderhalf uur om op de pas te komen. Daarna volgde een geleidelijke afdaling tot een volgende eenvoudige, afwisselende klettersteig, de Jubileaumssteig. Ter gelegenheid van de 40-jarige viering van de
Bewirkschäftigung der Grüttenhütte was deze klauterklim in1959 uitgezet. Een gedenkwaardige gebeurtenis toentertijd. Vanaf het begin van deze klim kostte het drie kwartier om bij de hut te komen. Dat was rond de klok van 6 uur, het einddoel van deze dag.
Na een goede nacht in de meer dan een eeuw oude Grüttenhütte (1620m), vertrokken we om 8.30u omhoog naar het hoogste punt van het Kaisergebergte, de Elmauer Halt op 2348m. Het begon met een uurtje geleidelijk omhoog lopen tot het begin van de klettersteig, de Gamsänger Steig. Een leuke klim met ladders, beugels en allerlei andere hulpmiddelen. Goed gezekerd, soms een beetje moeilijk. Na 45 minuten hadden we het hoogste punt te pakken.
Na een stop vlak onder de bivakhut liepen we de zelfde weg terug naar beneden. Het was een plakkerige, zweterige bedoening door het vele vocht in de lucht. Terug naar beneden liepen we te veel in de richting van de Grüttenhütte en misten de afslag naar de pas bij de Kopftorl. Over grote grijze rotsblokken klauterden we door de erg hete zon omhoog tot het pad teruggevonden was. Dat leidde langs een tamelijk spectaculair en onverwacht stuk klettersteig door een kier tussen enorme rotstorens vlak voor de pas. Om 14.00u waren we daar, vermoeid en nog even een in de zon. Lunchpauze. Kopftorl 2058m, de pas ongeveer 40m lager.
Een half uur later steil afgedaald over een morene met veel geröll. Vlak langs de bergwand schuifelden we met de handen aan zeer krakkemikkig drahtseil door stofwolken omlaag. Het was goed genoeg om tamelijk vlot te kunnen afdalen. Toen het niet meer steil was ging het pad over en langs een droge rivierbedding tot een waterval, waar het water heerlijk van smaakte. Door bosachtig struikgewas liep het pad daarna over soms glibberig pad, met enkele ladders en staaldraden omlaag en tenslotte een meter of honderd omhoog tot het Stripsenjochhaus (1580m). Daar kwamen we net voor het echt begon te stortregenen binnen om 17.00u.