Jubileaumsteig, geen klettersteig maar een hoogalpine tocht

 

Op het gebied van hoogalpine tochten heeft Duitsland ook een tocht der tochten: de Jubileaumsteig vanaf het hoogste punt in Duitsland, de Zugspitze naar een andere top, de Alpspitze.

Een jaar geleden hadden we het gebied rond het bekende skispringgebied van Garmisch Partenkirchen ontdekt en op zoek naar klettersteigen kennis genomen van het bestaan van de Jubileaumsteig. Een prachtige, uitdagende tocht over de kammen van bergketens van de Zugspitze naar de Alpspitze. Omdat we het gebied zo mooi vonden keerden we dit jaar terug naar deze streek en vonden de camping in Ehrwald aan de Oostenrijkse zijde van het gebergte als uitvalsbasis. De Jubileaumsteig zat daarbij als mogelijke tocht in ons achterhoofd, maar dan moest er aan enkele voorwaarden voldaan worden. In de loop van de twee geplande weken zouden we moeten kunnen toewerken naar een uitstekende conditie en in ieder geval het gevoel krijgen dat we goed en sterk genoeg zouden zijn om de uitdaging aan te gaan. Een andere absolute voorwaarde was dat op de dag dat we zouden lopen het weer uiterst stabiel zou zijn. Wolkenloos en zonder risico overvallen te worden door een bui.

Aangezien Ehrwald in het centrum van vele klettersteigen ligt, was het niet moeilijk om dagelijks op pad te gaan voor een via ferrata. De weersomstandigheden waren redelijk tot goed en bijna elke dag hebben we gewandeld en geklommen. Hoogtepunten in de voorbereiding waren de beklimming van de Zugspitze westzijde over de WienerNeustädter Hütte (1800m hoogteverschil), de bergwandeling met Zirler Klettersteig in het Karwendel gebergte van Hochzirl naar de Erlspitze, 1800m klimmen en dalen en de indrukwekkende Innsbrucker klettersteig, ruim vier uur via ferrata over bergkammen hoog boven de stad met de zelfde naam.

We hadden bedacht dat het het beste zou zijn als we de nacht al op de Zugspitze zouden doorbrengen, dan konden we zo vroeg als nodig was vertrekken. Op de Zugspitze bevindt zich als enige overnachtingsmogelijkheid het Münchner Haus, een klassiek uitziende hut die in 1897 werd geopend. We hadden geen idee hoe groot het was of dat er nog plek zou zijn om daar te overnachten, maar twee dagen bellen leverde geen enkel contact op. Het was in gesprek, of er werd gewoon niet opgenomen. Ook de VVV van Ehrwald kon geen contact krijgen en gaf ons slechts het vermoeden dat het waarschijnlijk al weken volgeboekt was. Op de ochtend voor ons beoogde vertrek lukte het toch om een iemand van de berghut te pakken te krijgen. Inderdaad waren alle reguliere plaatsen volgeboekt. Maar we konden het altijd om 17.00u proberen, want dan werden er Notlager vergeven. Dat klonk bemoedigend en met onze bepakking voor een dag en een nacht stonden we vrijdagmiddag de 14e augustus bij de ingang van het Münchner Haus. Het was buiten kil en volledig in de wolken, je zag helemaal niets. Dat zou de volgende dag zeker beter wezen.

Het werd een onrustige nacht vol onsmakelijke slaapkamergeluiden. De hele huiskamer van de hut lag bezaaid met berggasten, overal waar het nog mogelijk was lag wel iemand te slapen. Dus lekker uitgeslapen begonnen we niet aan onze tocht der tochten, ’s ochtends om 6.30 u.

            zugspitze zonsopgang1            zugspitze zonsopkomst          

Op de website van het  Münchner Haus begint de aparte link naar de Jubiläumsgrat als volgt: 

     Der Jubiläumsgrat ist kein Klettersteig, sondern ein langer, überweite Strecken ausge­setzter Grat in hochalpinem Gelände, der alpine                                            Erfahrung und Orientierungssinn verlangt "

Duidelijke taal lijkt mij en daar is geen woord van gelogen. Met die gedachte waren we ook aan deze kluif begonnen, het zou lijken op een via ferrata, maar veel lastiger en uitdagender zijn, meer dan een immer gezekerde kletterklim.

Het weer was uniek en zo goed als men zich wensen kon: kraakhelder, geen wolk op hoogte en dat was de hele dag zo gebleven. Fenomenaal uitzicht over bijna 50 km grens tussen Duitsland en Oostenrijk. Bij de start op 2964m was het nog koud vroeg in de ochtend. Maar na de eerste bewegingen en door het ontbreken van elk zuchtje wind merkte je daar verder niets meer van.

Het eerste kwartier was nog eenvoudig en geleidelijk bergwandelen, maar na een simpel klimmetje moest er subiet steil en zonder zekering afgedaald worden. Opperste concentratie en spanning, want bij een gewone Klettersteig zouden hier beslist staalkabels gehangen hebben. De toon was hiermee als het ware gezet, de verhalen die we gelezen hadden klopten dus. Het voordeel van deze manier van klimmen was wel dat je meer bewust bezig bent met klimmen en het gebruiken van de juiste techniek en ga je niet uit gemakzucht  aan de stalen kabels hangen.

Het ging meteen goed, maar dat was ook noodzakelijk voor het nodige zelfvertrouwen. Snel na deze afdaling volgde een andere “horde”: over smalle schots en scheef liggende rotsjes lopen boven op een berggraat. Niets om je aan vast te houden, een soort evenwichtsbalk met hindernissen naast een afgrond van honderden meters aan beide zijden. Ook dat heb ik anders meegemaakt bij klettersteigs.

Het was het eerste uur vooral wennen aan deze manier van ongezekerd klimmen en dalen. Pas na anderhalf uur onderweg kwamen we bij de eerste gezekerde steile helling, een stuk bijna loodrecht omlaag. Daarna werden zekeringen gewoner waar het absoluut noodzakelijk was. Het gaf het rustgevende gevoel dat waar de risico’s het grootst waren de hulpmiddelen voor je veiligheid aanwezig waren.

2 uur onderweg       

Na 2½ uur stonden we op de eerste hoge top, de Inner Höllentalspitze op 2741m. Een uur later na steil op en af een tussentop, 2651m en ruim drie kwartier verder de Mittler Höllentalspitze ,2743m.   De tocht verliep naar wens, maar was erg vermoeiend door de grote concentratie, het steile klimmen en dalen en het constante scheef moeten lopen waar het een beetje horizontaal leek. De weg was ondanks de spaarzaam aangebrachte, door de zon vervaagde rode markeringen niet moeilijk te vinden. Regelmatig liepen er mensen in onze buurt, meestal werden we door veel jongere personen, vooral mannen voorbijgelopen. Hoewel ik onze vaart er redelijk in vond zitten, ging het langzaam vergeleken met anderen. Als je 55 bent mogen de jongeren heus wel een stuk sneller gaan.

Er volgde een relatief gelijkmatig stuk met korte op- en afklimmetjes.  Het is 12.45u als we de enige schuilmogelijkheid bij slecht weer bereiken bij een pas, Biwakschachtel, met de naam Grathütterl. Tijd voor een korte pauze en met nog een flink eind voor de boeg moesten de laatste druppels water er al aan geloven. Kort na de bivakhut moest er flink steil omhoog geklommen worden naar de volgende top, de Aussere Höllentalspitze op 2720m. Weer steil omhoog en omlaag, goed gezekerd meestal. De sleutelpassage naderde op een traject waar rotsmassa’s enkele jaren geleden naar beneden gestort zijn, waardoor de route lastiger geworden is. Het begint met een heel steile, lange afdaling van ongeveer 100 m en wordt gevolgd door een minstens zo steil loodrecht stuk omhoog. Klampen en staaldraden hangen ver uiteen om je aan op te trekken, maar met spierkracht en enige behendigheid lukte het mij zonder problemen. Het was bijna 15.00u toen wij boven op de Volkarspitze 2618m stonden.  We moesten de vaart erin houden omdat te vrezen viel dat de laatste lift naar het dal vertrokken zou zijn als wij daar zouden arriveren. Bij de afdaling gleed Fritz op een rommelige helling uit over losliggende stenen, nadat een ervan losbrak. Hij viel op zijn armen en hield er een lelijke schaafwond van pols tot elleboog aan over. Ik begon last van een blaar te krijgen onder mijn rechter voetzool. Het leek vooral door het constante scheef over de helling lopen te komen. Het klauteren en dalen leek eindeloos te duren. Tenslotte bereikten we na vooral dalen over een lang onoverzichtelijke puinhelling vol grote rotsen een volgend ijkpunt: De Griesskarscharte, 2463m om 16.00u. Op dit punt besloten we de weg naar de Alpspitze niet te nemen. Het was de laatste hobbel omhoog, maar de 150 hoogtemeters zagen er erg vermoeiend uit en in onze wijsheid dachten we een kortere weg te kunnen nemen naar de Alpspitzbahn. We liepen over een pad door de puinhelling het Grieskardal in. Dat was vooral sjokken door puin, kurkdroog geröll, een eindeloze kale vlakte. Een verrassend grote kudde gemzen graasde op hun dooie gemak onder het pad. Aan het einde van het dal liep een pad ongeveer 100 meter omhoog naar een groene,grazige pas. Vanaf dit punt konden we met lood in de schoenen vaststellen dat we geen kortere weg hadden genomen. De lift van de Osterfelderkopfbahn bleek erg ver in de diepte te liggen en met geen mogelijkheid zouden we daar op tijd komen voor de laatste aftocht naar het dal.

Er volgde een steile gezekerde afdaling, en soort klettersteig, onvermoed lastig doordat het pad steeds gladder werd door langzaam sijpelend water.  Onderweg kwamen we een jongen van de DAV tegen die bezig was de drahtseilen op veiligheid te checken. Hij vertelde ons dat er overnachtinggelegenheid was bij Kreuzeck,een gebouw vlak bij de andere lift naar het dal. Ook vertelde hij dat er bijna elke week ongelukken gebeurden met mensen die de Jubileaumsgrat liepen. De moeilijkheid van de tocht wordt door velen onderschat en leidt dan door vermoeidheid en onkunde tot levensgevaarlijke situaties.

Via een laatste gezekerde afdaling (Schöngänge) daalden we verder af en bereikten met nog een uurtje te lopen een min of meer gewoon, breed onverhard pad. Het was 19.30u eer we bij het Kreuzeck Haus op 1650m waren. We waren 13 uur onderweg geweest en erg blij om heelhuids te zijn aangekomen. Trots op een knappe prestatie, heel tevreden over de goede afloop, nagenietend van een eindeloze ervaring. Het welverdiende bier lonkte meer dan ooit en smaakte daarna voortreffelijk.

kreuzeckhaus eindpunt  

            

 

           Ga naar home     II     bergsport   II