2e chemokuur en trombose

De tweede kuur begon op vrijdag 25 november. Onder beestachtige weersomstandigheden had ik het openbaar vervoer naar het ziekenhuis genomen. Het stormde en plensde onophoudelijk van de regen en in het binnenland kwam het verkeer vast te zitten door hevige sneeuwval. In Amsterdam beperkte de sneeuwval zich tot enkele natte vlokken.

Deze kuur verliep nauwelijks anders dan de voorgaande. Pas op de derde dag begon mijn eetlust weer af te nemen en de smaak te veranderen. Op de afdeling zelf voelde ik mij meer op mijn gemak, als een soort kind aan huis. Ik ging op aanraden van de zaalarts dagelijks een half uurtje op de hometrainer zitten en beeldde mij in dat ik naar mijn werk fietste zoals ik normaliter gewend was. Lotte kwam met huiswerk engels langs, dat zij bij het ziekenbezoek liet overhoren. Een dag later zou zij er een toets over hebben. Omdat sinterklaas binnen een week jarig zou zijn zette ik mij aan het schrijven van gedichten en dat lukte eigenlijk heel goed. En ik las een boek van de wereldwijd bekendste zaadbalkankerpatiënt Lance Armstrong, “Over de pijngrens”. Hij had de ziekte overwonnen die in een stuk verder gevorderd stadium ontdekt was en met hem was het goed gekomen. Er waren voor mij enkele punten van herkenning, maar sommige details waren veel gruwelijker dan ik zelf tot dan toe meegemaakt had. De heftigste delen over zijn chemokuur ervaringen sloeg ik wijselijk over.

Bij het begin van deze kuur was de bloedmarkerwaarde gedaald tot onder de 100 en na drie dagen behandeling naar 50 gegaan. Gunstige ontwikkelingen volgens de zaalarts, hoewel het nog wat sneller had mogen dalen. De witte bloedlichamen waren heel laag en thuis zouden medicijnen geleverd worden die op de volgende dinsdag door een wijkverpleegkundige ingespoten zouden worden.

Op donderdag 1 december mocht ik volgens schema weer naar huis. 
Thuis voelde ik mij later nog slapper dan de eerste keer. Het was vreemd, want je verheugde je er zo op om weer thuis te zijn, maar uiteindelijk voelde je je beroerder dan in het ziekenhuis. Heel het lichaam leek overgevoelig, niets leek meer vanzelf te gaan, elke stap koste moeite. Dat duurde en dag of twee,daarna sterkte alles weer verder aan.  
Maar er gebeurde iets onverwachts en merkwaardigs. Ik had het koud zoals ik eerder gewend was na de kuur, maar de rechter voet leek wel versteend. Als een dood vogelpootje hing hij aan mijn enkel, ik kon hem met moeite bewegen, hij voelde wat verkrampt aan en hij was met geen mogelijkheid warm te krijgen. Slechte doorbloeding dacht ik toen, pijnlijk was hij wel wat.
Op maandag 5 december ging ik volgens afspraak naar de dagbehandeling, waar ik mijn voet aan de oncoloog liet zien. Hij voelde eraan, constateerde geen pulsering en nam direct contact op met de vaatchirurgie. In plaats van de geplande behandeling met bleomycine werd ik met een begeleidende brief doorverwezen naar de spoedeisende hulp van het ziekenhuis, omdat gevreesd werd voor een stolling in een bloedvat. Er werden allerlei onderzoeken gedaan, onder andere een angiografie, waarbij door middel van contrastvloeistof via een bij de liesslagader ingebracht infuus de bloedvaten van het been bekeken konden worden. Er bleek een trombose in een slagader van mijn knie te zitten. Dat was mijn verrassing van sinterklaas en er volgde een alles behalve heerlijk avondje. Geen marsepein, maar een katheter dat urikinase en heparine via de linkerlies naar het stolsel leidde. Het eerste middel om het stolsel op te lossen, het andere om de stollingstijd van het bloed te verhogen.
Ik vond dit echt heel vervelend. Thuis zaten familie en enkele vrienden op mij te wachten voor de sinterklaasviering en een ziekenhuisopname was wel het laatste waar ik op zat te wachten.

 Ik moest vijf dagen plat op mijn rug op bed liggen, zodat de medicijnen via het in mijn lies geplaatste infuus hun werk konden verrichten. Dat werkte na flinke pijnscheuten in mijn onderbeen na enkele dagen afdoende en een derde angiografie wees uit dat het gevaar geweken was. Maar ik mocht nog niet naar huis, want vervolgens moest ik ingesteld worden op sintrom, een oraal antistollingsmiddel dat ik in plaats van de heparine moest gebruiken. Dat laatste kostte vier dagen extra verblijf in het ziekenhuis, want eerder mocht men mij niet naar huis laten gaan.

Tijdens de dagen op de afdeling vaatchirurgie werd ik behalve door artsen en verpleegkundigen van deze afdeling regelmatig bezocht door mijn behandelend oncoloog. Een van de bijverschijnselen van de chemokuur en met name van de cisplatin was een vergroot risico op trombose. Naar men aannam was dat nu bij mij de oorzaak van het stolsel in mijn knie.

Er volgde een verwarrende periode voor de behandeling van de zaadbalkanker. Ik kreeg te horen dat lopende afspraken geannuleerd waren en dat ik eerst moest bijkomen van de trombose. Thuis bleken de medicijnen voor versterking van de hoeveelheid witte bloedlichamen afgeleverd te zijn. Om voor mij onduidelijke redenen had het geen zin meer om deze toe te dienen, dus lagen ze voor niets in de koelkast.

Precies een week na de opname op de afdeling vaatchirurgie kreeg ik daar in de middag bezoek aan bed van een dame met een rolstoel aan de hand:

“meneer, bent u klaar voor uw afspraak”?

“Ik heb geen afspraak.”

“jawel, op mijn briefje staat dat u bij de oncoloog verwacht wordt"

“nee, die is geannuleerd”

“dan zal ik dat voor u navragen”

De dame kwam terug en zei, dat de afspraak toch wel door zou gaan.

Ik mopperde en ik stoorde mij er mateloos aan dat er zulke tegenstrijdige berichten waren.

Met tegenzin liet ik mij rijden. Eerst wilde ik zelf lopen, maar bedacht mij dat dat na 5 dagen plat op bed en een klein wandelingetje op de afdeling de dag tevoren te riskant zou zijn. Voor het eerst in mijn leven liet ik mij per rolstoel vervoeren en schaamde ik mij een beetje, vooral omdat het door een dame op leeftijd gebeurde. Tsja.

Op de polikliniek bleken de heren oncologen in hun samenspraak van gedachten veranderd te zijn. De oncoloog was nu ondubbelzinnig en duidelijk: Ik werd om curatieve redenen behandeld, dus voor genezing van de ziekte en dat duldde geen uitstel. Daarom zouden we verder gaan volgens het oorspronkelijke plan en moest ik zodoende direct volgens schema aan de bleomycine. De daaropvolgende vrijdag moest ik gewoon beginnen met de derde kuur. Dat was even slikken, want dat betekende een zeer korte periode thuis. Het enige voordeel daarvan was dat ik met de kerst thuis zou zijn. Overigens was er ook nog een prettige mededeling: de tumormarker was die week verder gedaald van 19 naar 14.

Op woensdag 14 december werd ik ontslagen uit de afdeling vaatchirurgie. De hoeveelheid sintrom was ingesteld en thuis moest ik dagelijks een wisselend aantal tabletjes slikken. De stollingsfactor moest regelmatig gecontroleerd worden, waarna via een dagschema de dosering ingenomen kon worden. Trombose mocht niet nog een keer voorkomen. Voor langere tijd zou ik deze bloedverdunners moeten blijven gebruiken, want niet in alle bloedvaten naar mijn voet stroomde het bloed optimaal


Lees verder met derde en vierde chemo
 
Ga naar home

Het begin en de eerste operatie|  diagnose en start chemokuur l
 zware operaties en de weg naar definitief herstel